Wat is er nog over van de Helperlinie? Een geofysisch onderzoek in het Sterrenbos (Groningen)

De Helperlinie, een verdedigingswerk uit de 17e en 18e eeuw aan de zuidkant van Groningen, staat weer volop in de belangstelling sinds bij bouwwerkzaamheden aan de Kempkensberg dikke bakstenen funderingen zijn aangetroffen. De ligging van de verdedigingswerken is goed bekend, maar het is veel minder duidelijk hoeveel er van de muren, wallen en grachten nog over is. Op het terrein van de MBO Terra zijn resten van de muur en wallen nog zichtbaar, maar het is niet bekend of er in het Sterrenbos, tussen het MBO-terrein en de onlangs opgegraven funderingen, ook nog resten aanwezig zijn. Als de oude kaarten met het huidige landschap vergeleken worden lijkt het er sterk op dat twee van de heuvels in het bos samenvallen met de ligging van muren. Het zou dus goed kunnen dat deze heuvels zijn aangelegd om de muren aan het oog te onttrekken.

In opdracht van de gemeente Groningen voert Salisbury Archeologie op dit moment geofysische metingen uit om uit te zoeken of en hoeveel er nog van Helperlinie in het Sterrenbos over is. Er is gekozen voor geofysisch onderzoek, omdat daarbij niet gegraven hoeft te worden. Er wordt met twee soorten metingen gewerkt.

Met de eerste methode, een vorm van weerstandsonderzoek (Electrical Resistivity Tomography), worden verschillen in weerstand tussen bijvoorbeeld muren, grachten en de natuurlijke ondergrond gemeten. Hiervoor worden op een lijn, om de meter elektrodes in de grond geplaatst (zie eerste foto). Op twee elektrodes wordt stroom gezet, en met twee andere elektrodes wordt de weerstand gemeten. Hoe verder de elektrodes uit elkaar staan, hoe dieper er gemeten kan worden. Een computer gaat een voor een alle mogelijke combinaties af, zodat er een profiel ontstaat waarin de ligging van eventuele muren en lagen zichtbaar wordt. Door het meten op verschillende lijnen kan vervolgens een driedimensionaal beeld opgebouwd worden.

De tweede methode die gebruikt zal worden, grondradar, werkt eigenlijk net als een gewone radar bij vliegtuigen of schepen. Het apparaat zendt radiogolven uit, die door in de grond begraven objecten worden teruggekaatst. De antenne van de grondradar vangt de gereflecteerde signalen weer op. Met deze methode kan weliswaar iets minder diep, maar er kan wel snel een groter oppervlakte gemeten worden.

De metingen duren waarschijnlijk nog tot en met morgen. De eerste resultaten zullen hopelijk deze week nog beschikbaar zijn.

Comments are closed